logo

Glad

De schuifpui rolt soepel dicht en maakt een zachte klik als hij in het slot valt. De leren zolen van zijn schoenen knarsen op de vochtige stenen van het balkon terwijl hij naar de rand loopt. Verder is het stil. Zo stil. Hij hoort hoe Joris vertelt over de PET scan, het snelle onderzoek (ze waren er gelukkig vroeg bij), de prognose (helaas net niet vroeg genoeg), de behandeling (kort, zwaar, hopelijk levensverlengend), de kundigheid van de arts, de schijnbaar bijzondere alternatief genezer die Saskia had gesproken (nee, nee, gaan Jomanda taferelen), de haartuitval, de…..Hij hoort het niet meer. Terwijl uit de telefoon gemoffelde geluiden blijven klinken hoort hij ze niet meer.

Zijn hand glijdt omlaag en hij grijpt de reling. Zijn blik dwaalt af. Hij kijkt naar het meer dat het huis zachtjes omarmt. Tien jaar geleden was het de reden geweest om het huis te kopen. Het lichte huis, met al dat glas waardoor je het meer ook binnen voelde. Ook al regende het hier veel en was de lucht vaker grijs dan blauw, het huis leek licht. De uitgestrektheid van het water zorgde ervoor dat hij zich de eerste keer dat hij het huis binnenliep onmiddellijk vreselijk nietig voelde, een klein hoopje sterrenstof zwevend door een oneindig heelal, en dat vond hij heerlijk. Het zou hun plek worden. En nu stond hij hier weer, op het balkon, uit te kijken over die oneindige donkergrijze spiegel, hier en daar onderbroken door een zachte rimpeling. In de verte ontstond een grijze nevel die de bomen om het meer langzaam aan het zicht onttrok. Vogels vlogen laag over, het water op elegante en miraculeuze wijze net niet aanrakend. Waarschijnlijk onderweg naar een nest of andere slaapplaats voor de avond, dacht hij. Bijzonder hoe ze zo konden glijden in de lucht, een paar meter boven het water. Niet bereikbaar voor gesprekken zoals die hij nu moest voeren. Hij wist dat hij moest praten, dat hij iets moest zeggen, maar hij kon het niet. Zijn voeten voelde zwaar en zijn lichaam als een willoze zak zand. Hij minachtte zijn eigen gebrek aan ruggengraat. En hoe langer hij voor zich uitstaarde hoe sterker het uitzichtloze gevoel werd. Het meer leek nu vooral op een grijs monster zonder einde dat hem mee de diepte en duistere hel in wilde zuigen. Een alles overspoelende narigheid. Hij wist dat hij zijn ogen open moest doen. Luisteren naar Joris. Er zijn. Zich niet laten meeslepen. Het zwarte mocht niet gaan overheersen. Niet nu.

Hij wist niet of hij het nog in zich had om zich te verzetten.

Comments are closed.